De bijeenkomst begon met een kleine enquête onder de 30 deelnemers. Daaruit bleek dat men zich regelmatig zorgen maakt over geopolitieke dreigingen en maatschappelijke ontwrichting. Het voorbereid zijn op noodtoestanden, zowel persoonlijk als bedrijfsmatig, lijkt nog beperkt. Dat steekt schril af tegen het urgente beeld van de huidige veiligheidsdreigingen voor Nederland, dat De Hoop schetste. “Weerbaarheid van burgers, bedrijven én overheid is noodzakelijk”, aldus De Hoop. Veiligheidscampus Assen kan hierin een centrale rol spelen, door onderwijs (MBO, HBO en WO), onderzoek en praktijk samen te brengen. In doorlopende leerlijnen leidt de campus nieuwe veiligheidsprofessionals op en kan het bestaande veiligheidsprofessionals bijscholen.
Veiligheidscampus
Doelen van de campus zijn het vergroten van het veiligheidsbewustzijn, aanbieden van onderwijs, onderzoek en simulaties en burgers, bedrijven en overheden helpen om weerbaar te worden. De campus wil zowel de lokale, regionale, nationale én Europese samenwerking versterken. Defensie, veiligheidsregio’s, gemeenten en bedrijven zijn al betrokken bij de campus en de EU is partner in een programma over weerbaarheid. Ook voor het MKB verzorgt de campus trainingen en opleidingen in het Noorden. Er vindt onderzoek plaats naar kritieke entiteiten en de campus biedt simulatieruimtes aan voor reservisten. Verder bevordert de campus de samenwerking met ondernemersverenigingen om lokale weerbaarheid te vergroten en initieert zij diverse wijkprojecten om burgers voor te bereiden op crises.
Chemische industrie
Collega docent/onderzoeker Anna Bartelds nam het stokje over van De Hoop en vertelde dat Nederlandse ministeries binnenkort wettelijk moeten aangeven welke bedrijven kritieke diensten leveren aan de samenleving. De chemische industrie valt hier niet onder. Toch is zij ook kwetsbaar, weet Bartelds, omdat bedrijven in dit gebied sterk met elkaar verweven zijn. Een incident bij het ene bedrijf kan gevolgen hebben voor het andere. Daarom stelt Bartelds voor om onderzoek te doen naar die onderlinge afhankelijkheden. Daarbij wil zij niet alleen kijken naar de bedrijven zelf, maar ook naar de rol van overheden en Defensie.
Helderheid scheppen
Volgens Bartelds is de centrale vraag heel simpel: wie doet wat en wanneer, als er een fysieke crisis uitbreekt? Wie is verantwoordelijk als er brand ontstaat, als er een drone overvliegt, of als een sabotageactie plaatsvindt? Is dat Rijkswaterstaat? Defensie? De eigen beveiliging van bedrijven? Of de Veiligheidsregio? Bartelds: “We willen helderheid scheppen in de mogelijke chaos die kan ontstaan bij fysieke dreigingen. Daarom is mijn vraag aan jullie: is het nuttig om dit te onderzoeken of bestaat dit soort sector-overstijgend overleg al? Worden er bijvoorbeeld al structurele gesprekken gevoerd tussen energie, transport, chemie, industrie en de veiligheidsregio’s?”
Ideeën
Vanuit het publiek geeft men aan dat dit soort samenwerking misschien deels al wel bestaat, maar vaak op uitvoerend- en niet op directieniveau. Ook wordt genoemd dat het vraagstuk eigenlijk te groot is voor individuele organisaties om alleen op te pakken. Tegelijkertijd leeft het gevoel dat er nog geen overkoepelende structuur is die dit integraal regelt. Bartelds: “Moet er een nieuw overlegorgaan komen, of wordt dat juist een extra last? En als het nuttig is, welke vorm zou dan passend zijn? Een kennissessie, een workshop, een training? Ik ben benieuwd naar jullie ideeën en tips. Mail ze naar de Veiligheidscampus Assen!”
