De bijeenkomst begint met een enquête onder de aanwezigen. Daaruit blijkt dat het grootste deel van EVO zich zorgen maakt over geopolitieke dreigingen en bang is voor maatschappelijke ontwrichting. En de voorbereiding op noodtoestanden, zowel persoonlijk als bedrijfsmatig, lijkt gering. Dat steekt schril af tegen het urgente beeld van de huidige veiligheidsdreigingen voor Nederland dat De Hoop schetst. “Weerbaarheid van burgers, bedrijven én overheid is noodzakelijk”, aldus De Hoop. Veiligheidscampus Assen kan hierin een centrale rol spelen door onderwijs (MBO, HBO en WO), onderzoek en praktijk samen te brengen.
De Veiligheidscampus
Doelen van de campus zijn het vergroten van bewustzijn, onderwijs verzorgen, onderzoek en simulaties combineren, burgers, bedrijven en overheden helpen om weerbaar te worden en tot slot regionale én Europese samenwerking versterken. Defensie, veiligheidsregio’s, gemeenten en bedrijven zijn betrokken bij de campus en de EU is partner in een programma over weerbaarheid. Voor met name het MKB verzorgt de campus trainingen. Er vindt onderzoek plaats naar kritieke entiteiten en de campus biedt simulatieruimtes voor reservisten en opleidingen in het Noorden. Verder bevordert de campus de samenwerking met ondernemersverenigingen om lokale weerbaarheid te vergroten en initieert zij diverse wijkprojecten om burgers voor te bereiden op crises.
Chemische industrie
Collega docent/onderzoeker Anna Bartelds neemt het stokje over van De Hoop en vertelt dat Nederlandse ministeries binnenkort wettelijk moeten aangeven welke bedrijven kritieke diensten leveren aan de samenleving. De chemische industrie valt hier niet onder. Toch is zij ook kwetsbaar, weet Bartelds, omdat bedrijven in dit gebied sterk met elkaar verweven zijn. Een incident bij het ene bedrijf kan gevolgen hebben voor een ander. Daarom stelt Bartelds voor om onderzoek te doen naar die onderlinge afhankelijkheden. Daarbij wil zij niet alleen kijken naar de bedrijven zelf, maar ook naar de rol van overheden en Defensie.
Helderheid scheppen
Volgens haar is de centrale vraag heel simpel: wie doet wat, wanneer, als er een fysieke crisis uitbreekt? Wie is verantwoordelijk als er brand ontstaat, als er een drone overvliegt, of als een sabotageactie plaatsvindt? Is dat Rijkswaterstaat? Defensie? De eigen beveiliging van bedrijven? Of de veiligheidsregio? Bartelds: “We willen helderheid scheppen in de mogelijke chaos die kan ontstaan bij een fysieke dreiging. Daarom is mijn vraag aan jullie: is het nuttig om dit te onderzoeken of bestaat dit soort sector-overstijgend overleg al? Worden er bijvoorbeeld al structurele gesprekken gevoerd tussen energie, transport, chemie, industrie en de veiligheidsregio’s?”
Ideeën
Vanuit het publiek geeft men aan dat dit soort samenwerking deels al bestaat, maar vaak op uitvoerend- en niet op directieniveau. Ook wordt genoemd dat het vraagstuk eigenlijk te groot is voor individuele organisaties om alleen op te pakken. Tegelijkertijd leeft het gevoel dat er nog geen overkoepelende structuur is die dit integraal regelt. Bartelds: “Moet er dus een nieuw overlegorgaan komen of wordt dat juist een extra last? En als het nuttig is, welke vorm zou dan passend zijn? Een kennissessie, een workshop, een training? Ik ben benieuwd naar jullie ideeën en tips. Mail ze naar de veiligheidscampus Assen!”
